De zon en de maan

Er zijn vele Verzen in de Qor-aan die gaan over de zon en de maan. Toen hun Arabische naamgeving onderzocht werd, werd er een belangrijke eigenschap geopenbaard. In de Verzen worden de woorden Sieradj (lamp) en Wahhaadj(helder brandend) gebruikt voor de zon. Voor de maan wordt het woord Moenir (glanzend, verlicht) gebruikt. Inderdaad, terwijl de zon een enorme hoeveelheid hitte en licht produceert als resultaat van de nucleaire reacties binnenin, reflecteert de maan slechts het licht dat het ontvangt van de zon. De Verzen verwijzen naar dit verschil als volgt:

“Zien jullie niet hoe Allah de zeven hemelen in lagen heeft geschapen? En Hij heeft daarin de maan geplaatst als een licht (Noeran) en de zon als een lamp (sieraja).”
(De Heilige Koran: 71:15-16)
“En Wij hebben boven jullie zeven hechte hemelen gebouwd. En Wij hebben daarin een stralende lamp (sieraadjan wahhaadjan) geplaatst.”
(De Heilige Koran: 78:12-13)
“Gezegend is Degene Die de sterrenstelsels in de hemel heeft gemaakt en daarin een lamp (de zon, sieraadjan) en een verlichtende (moenir) maan heeft geplaatst.”
(De Heilige Koran: 25:61)

Het verschil tussen de zon en de maan is erg duidelijk in de Verzen. De één wordt beschreven als een bron van licht, terwijl de ander een licht reflecterend object is. Het is onmogelijk dat dit detail bekend was in de tijd dat de Qor-aan geopenbaard werd. Het was pas eeuwen later dat men deze kennis in bezit kreeg. Het feit dat deze informatie al gegeven werd in de Qor-aan, is daarom één van de bewijzen dat de Qor-aan een openbaring van God is.

Share Button